nntp2http.com
Posting
Suche
Optionen
Hilfe & Kontakt

Manke beer - Rusland is militair lang niet zo sterk als Poetin beweert [BUITENLAND]

Von: De Gemaskerde Bromvlieg (bromvlieg@maskeringen.nl) [Profil]
Datum: 11.05.2008 12:27
Message-ID: <4826ca12$0$56182$dbd45001@news.wanadoo.nl>
Newsgroup: nl.defensie.marine
NRC Handelsblad
May 3, 2008

Manke beer;
Rusland is militair lang niet zo sterk als Poetin beweert

Op 9 mei, de dag van de overwinning op nazi-Duitsland, keren de tankcolonnes
terug bij de parade op het Rode Plein, na zeventien jaar afwezigheid. Het
zal Kremlin-watchers niet verbazen want de Russische beer is terug. Een half
jaar geleden kondigde president Vladimir Poetin aan dat zijn
lange-afstand-bommenwerpers na vijftien jaar winterslaap weer gingen
patrouilleren. En inderdaad, sindsdien onderscheppen westerse
luchtverdedigingsjagers bijna wekelijks Toepolevs Tu-95. De NAVO-codenaam
die de westerse onderscheppers gebruiken sinds ze deze Toepolevs eind jaren
vijftig voor het eerst escorteerden: Bear.

Maar de Russische beer staat vooral te grommen. President Poetin liet geen
kans onbenut om in de diplomatieke arena met militaire maatregelen te
schermen. De vestiging van een Europees filiaal van het Amerikaanse
raketschild zal, aldus Poetin, Polen en Tsjechië op de doellijst van
Russische kernraketten zetten. Datzelfde hield hij ook Oekraïne voor als dat
land zich bij de NAVO aansluit.

Rusland zegde afgelopen december ook al het Convention on Forces in
Europe-akkoord op over de beperking van conventionele wapens in Europa en de
internationale afspraak om proeven met kernraketten vooraf aan de wereld aan
te kondigen. Poetin kondigde tegelijk de intensivering van tests met nieuwe
kernraketten aan, als antwoord op "een nieuwe wapenwedloop." Rusland,
onderstreepte hij, is "die niet begonnen."

Tegelijk met de martiale retoriek maakte het Kremlin voortdurend plannen
openbaar om de strijdkrachten te moderniseren. Volgens het Staatsprogram
voor Wapenaankopen tot 2015 mogen de strijdkrachten voor bijna 200 miljard
dollar aan nieuwe uitrusting aanschaffen. Zo krijgt de luchtmacht 250 nieuw
te bouwen gevechtsvliegtuigen en worden atoombommenwerpers, zoals de Bears,
gemoderniseerd.

Humpty Dumpty

De landmacht blijft niet onderbedeeld. Nieuwe T-90 tanks moeten de rangen
versterken en nieuw op te richten brigades krijgen pas ontwikkelde
grond-grond-raketten. De Russische marine is een wedergeboorte in het
vooruitzicht gesteld, met een sterkte waarop de sovjetvloot jaloers zou
zijn. Tijdens de vlootdag op 29 juli 2007 maakte vlootbevelhebber Vladimir
Masorin plannen bekend voor de bouw van een half dozijn vliegdekschepen dat
binnen twintig jaar de zeven zeeën moet gaan bevaren. Aan maritieme ambities
geen gebrek: "We moeten de permanente aanwezigheid van de Russische marine
in de Middellandse Zee herstellen", meldde Masorin ook.

De tromroffelende retoriek vanuit het Kremlin en van de militaire top is
niet onopgemerkt gebleven in de westerse media. Het wemelt van koppen waarin
de Russische beer "zijn klauwen weer uitslaat". De Economist-correspondent
Edward Lucas vatte de heersende mening samen door zijn in februari
uitgekomen boek over Poetins Rusland de titel De Nieuwe Koude Oorlog mee te
geven.

Maar volgens veel militaire analisten kan Rusland die militaire postuur
helemaal niet waarmaken. Nu niet, en ook niet over twintig jaar. Rusland kan
maar in één opzicht goed bewapend worden genoemd: op economisch terrein,
dankzij grote voorraden olie en gas. Maar de problemen van de krijgsmacht
zijn zó groot en structureel dat de beer als militair gevaar voor het westen
zo dood is als wijlen de Sovjet-Unie. Dat zegt onder anderen de Amerikaanse
marineanalist Norman Friedman in de jongste Proceedings van het Amerikaanse
Naval Institute: "Ondanks Poetins duidelijke terugkeer naar autoritair
bestuur, lijkt het onbestaanbaar dat hij de Humpty Dumpty van de militaire
productie van de Sovjet-Unie kan herstellen." Die Humpty Dumpty was groter
dan de NAVO, maar, zoals het Engelse gezegde luidt, al de mannen en paarden
van de Koning kunnen de gevallen Humpty Dumpty niet weer in elkaar zetten.

Het zijn niet uitsluitend westerse experts die dit beweren. Ook in tijden
van toenemende Russische mediacensuur, zijn er nog altijd veel Russische
waarnemers te vinden die de krijgshaftige taal van Poetin en zijn militaire
top afdoen als ketelmuziek. Allemaal propaganda, zei bijvoorbeeld de
Russische militaire analist Alexander Golts tegen AFP: "[de Russische
autoriteiten, MS] presenteren de meest routineuze oefeningen als een soort
militaire come back." De marine kan helemaal geen vliegdekschepen in dienst
nemen, meent Andrei Kisljakov, defensiecommentator van het Russische
persbureau RIA Novosti: "Zelfs als we er eentje weten te bouwen en te
bemannen, dan is er geen thuisbasis met voldoende capaciteiten om af te
meren." Alleen al van de Noordelijke Vloot, de belangrijkste, zegt
Kisljakov, zijn tweehonderd schepen dringend aan reparatie toe. "Zes procent
daarvan is gefinancierd."

Luchtvaartjournalist Piotr Boetovski schetste onlangs in een vakblad een
even ontluisterend beeld van de luchtmacht. "Het gebrek aan training is het
ernstigste probleem waarmee de Russische luchtmacht kampt." Piloten zouden
gemiddeld niet meer dan dertig vlieguren per jaar kunnen maken. Bij de NAVO
is dat aantal zesmaal zo hoog. En commentator Joelia Latinina van het
Moskouse radiostation Echo Moskvy noemde het een wonder dat die Toepolevs
zonder ongelukken zo ver hebben kunnen vliegen.

Het opbreken van de Sovjet-Unie heeft nog altijd zijn weerslag op de
militaire conditie van de Russische erven. Die gaat verder dan het simpele
feit dat vroegere belangrijke bondgenoten in het opgeheven Warschau Pact,
zoals Oost-Duitsland, Polen en Tsjechoslowakije, nu lid zijn van de NAVO. De
verdediging van de daardoor drastisch opgeschoven grenzen is bijvoorbeeld
nog altijd niet op orde. Het cordon van waarschuwingsradars die in
sovjettijden in 'onafhankelijke' republieken stonden opgesteld om alarm te
slaan bij een Amerikaanse aanval ging hiaten vertonen toen die republieken
écht onafhankelijk werden. Russisch militair personeel bemant nog altijd de
radars bij Balchasj in Kazachstan en Gabala in Azerbeidzjan. Maar
Azerbeidzjan flirt met het NAVO-lidmaatschap en heeft zich grotendeels aan
de invloed van Rusland ontworsteld, onder meer door zijn olie voor de export
door een pijplijn via Georgië naar de Turkse havenstad Ceyhan te pompen. Op
de radarfaciliteiten bij Sebastopol en Mukatsjevo in Oekraïne zijn Russische
militairen niet eens welkom, daar zit Oekraïens burgerpersoneel aan de
knoppen.

Geen enkel land wil voor zijn strategische veiligheid afhankelijk zijn van
andere landen. Dit sentiment werd nog verergerd toen Oekraïne afgelopen
februari officieel meldde geïnteresseerd te zijn in het NAVO-lidmaatschap.
Tegelijkertijd bood het land het Atlantische bondgenootschap het gebruik van
de oude sovjetradarsystemen aan. Voor dit haperende radaralarm bestaat wel
een reservesysteem in de vorm van waarschuwingssatellieten van het type Oko
(oog). Die 'zien' met een warmtegevoelige sensor opstijgende raketten. Maar
die hebben geen lange levensduur. Toen tijdens de krappe jaren negentig een
paar Oko's uitvielen, werden die niet vervangen.

In 2003 en 2007 brachten de Russische ruimtetroepen twee nieuwe Oko's in
omloop. Maar Pavel Podvig, een Russische medewerker van het Center for
Internationale Security and Cooperation aan de universiteit van Stanford,
zegt desgevraagd dat dit niet voldoende is voor een 24-uurs dekking van het
grondgebied van de Verenigde Staten. En snelle verbetering valt ook niet te
verwachten. Podvig: "Rusland zou meer Proton-raketten met satellieten vanaf
Baikonoer [dat in Kazachstan ligt, MS] moeten lanceren om [--] dat
waarschuwingssysteem te herstellen, maar misschien zien ze er ook wel
helemaal van af. Er is in ieder geval een beslissing genomen om een geheel
nieuw satellietsysteem te ontwikkelen." Wanneer dit beschikbaar komt, weten
alleen de Russen zelf, maar de ontwikkeling van dat soort high-tech systemen
duurt al snel een decennium.

Volgens Podvig is Rusland bovendien "afhankelijk van Oekraïne voor het
onderhoud van de SS-18 kernraketten. Daar bestaat een contract voor." Deze
raketten, die in het westen luisteren naar de NAVO-codenaam Satan, zijn voor
de val van de Sovjet-Unie in Oekraïne gebouwd. Ze maken nu deel uit van de
Russische afschrikkingsmacht. Oekraïne zag in 1992 af van de status van
kernmacht en droeg kernraketten en bommenwerpers over aan de Russen, in ruil
voor schuldvermindering.

Dat de desintegratie van de Sovjet-Unie nog altijd een kwalijk remspoor
trekt, ondervond ook India. In januari 2004 kocht het land voor 1,5 miljard
dollar het Russische vliegdekschip Admiraal Gorsjkov, dat sinds 1996 wegens
geldgebrek in Nikolajev in de Oekraïne aan de kade lag. De transactie
behelsde de modernisering van het 45.000 ton metende schip en de levering
van een dozijn MiG-29 marinejagers en boordhelikopters.

Het moderniseren wilde vanaf dag één niet vlotten. Er was meer geld nodig,
zeiden Russische functionarissen. Eind 2007 bleek waarom de opwaardering van
de Gorsjkov vertraging opliep: het Oekraïense filiaal van de werf Sevmasj
had de blauwdrukken van het vliegdekschip na de sovjetboedelscheiding niet
aan het Russische filiaal overhandigd. En nu waren ze kwijt. De ontwerpers
van de Gorsjkov, of de Vikramaditya zoals het schip in Indiase dienst moet
gaan heten, moeten nu letterlijk terug naar de tekentafel. Oplevering van
het schip wordt niet voor 2011 verwacht.

De Russische luchtmacht heeft het makkelijker gehad met de
sovjetboedelscheiding. De luchtvloten die in de Oost-Europese
satellietstaten stonden opgesteld, vonden thuisbases op Russisch
grondgebied. Maar wie naar de conditie van het vliegende materieel kijkt,
moet vaststellen dat de kwaliteit is afgenomen. Dit is vooral te wijten aan
het lage defensiebudget gedurende de jaren negentig. Het gros van de
inventaris aan Soechoi- en MiG-jachtbommenwerpers stond in die tijd
geparkeerd op de vliegbases, terwijl gras tussen de wielen van de
landingsgestellen groeide. De kwalitatieve hiaten die analisten tijdens de
Koude Oorlog al in de Oostblokluchtmachten onderkenden, een gebrek aan
tankervliegtuigen, radarvliegtuigen en vliegende commandoposten, groeiden.

Eind 2006 leverde de Soechoi-fabriek in Novosibirsk met veel fanfare twee
nagelnieuwe Su-34 jachtbommenwerpers aan de Russische luchtmacht. Minder
aandacht kreeg het feit dat het voor het eerst in vijftien jaar was dat de
luchtstrijdkrachten een nieuw gebouwd toestel in operationele dienst kon
nemen.

Psychische schade

Het enige onderdeel dat in omvang toenam was het 37ste Luchtleger dat vliegt
met nucleair bewapende bommenwerpers, zoals de Bear en de nieuwere Tu-160.
Rusland erfde in 1991 22 Bears, maar kreeg of kocht er meer dan veertig van
voormalige sovjetrepublieken, zoals Kazachstan en Oekraïne. Van de modernere
Blackjack vliegen er intussen vijftien rond. President Poetin verklaarde de
eerste toestellen in 2005 operationeel inzetbaar. Voor een toestel dat in
1981 zijn luchtdoop had, mag dat rijkelijk laat heten. Dat Oekraïne lang
treuzelde met de onderhandelingen over de prijs die Rusland moest betalen
voor de toestellen die zich in 1991 op Oekraïens grondgebied bevonden, is
daar debet aan.

Westerse jagers die Bears boven de Atlantische Oceaan onderscheppen zijn een
Koude Oorlog-icoon. Dat dit soort beelden nu weer in de media komen, vertelt
eerder iets over de aftakeling van de spreekwoordelijke beer. Toen de eerste
Tu-95's zich veertig jaar terug boven de Noordzee vertoonden, vloog de
Britse Royal Air Force ze met Lightnings tegemoet. Later, in de jaren
zeventig, verschenen foto's van de sovjetbommenwerpers in de pers , terwijl
die werden geëscorteerd door de nieuwere Phantom-jachtbommenwerpers. In de
jaren tachtig waren het de nog nieuwere Tornado onderscheppingsjagers. En
tegenwoordig zijn het de gloednieuwe Britse Eurofighters die met de Bears op
de foto staan. In die opeenvolging zou je met enige kwade wil het lot van de
Russische luchtmacht kunnen lezen: die is noodgedwongen blijven vliegen met
stokoud materieel.

Het wedervaren van de Russische landmacht kan in even schelle tinten worden
geschetst. De situatie van de dienstplichtigen, die een groot deel uitmaken
van de strijdkrachten, verschilt nog altijd niet veel van die van horigen
van de officieren. . Sinds sovjettijden is de 'dedovsjtsjina', de wrede
ontgroeningpraktijken van dienstplichtigen, niet afgenomen. Volgens een
rapport van Human Rights Watch uit 2004 komen per jaar dozijnen
dienstplichtigen om en lopen "duizenden permanente psychische en
lichamelijke schade op."

Open wond

De oorlog in Tsjetsjenië is een open wond, reden waarom omkooppraktijken om
soldaten niet aan dat front te laten dienen, welig tieren. Ook op materieel
gebied is de landmacht een ondergeschoven kind. Modernisering van het
voertuigpark is grotendeels achterwege gebleven. Er zijn wel nieuwe modellen
ontwikkeld die het rollende materieel dat uit de Koude Oorlog moeten
vervangen, maar die zijn hoofdzakelijk geëxporteerd naar het Midden-Oosten.

De Russische marine lijkt de meeste steun te krijgen voor een
wederopstanding, gezien Masorins belofte om zes vliegdekschepen te bouwen.
Maar het zijn uitgerekend deze ambitieuze plannen die op de grootste scepsis
van de militaire analisten kan rekenen. In januari voer een smaldeel rondom
het enige vliegdekschip in Russische dienst, de Admiraal Koeznetsov, naar de
Middellandse Zee en oefende daar met eenheden van de Oostzee Vloot en de
Zwarte Zee Vloot. Dat was zeker een publicitaire overwinning en zag er voor
het thuisfront misschien leuk uit, schreef Andrej Kisljakov, maar dat neemt
niet weg dat ",het schip een klassieke puinhoop is, waarvan ieder onderdeel
verrot is." De Koeznetsov is sinds de tewaterlating in 1989 hoofdzakelijk in
reparatie geweest. Bij vaarproeven in 2003 begon het bijna zeventigduizend
ton metende gevaarte water te maken en moest halsoverkop terug naar de
thuishaven. Het jaar daarop en in 2005 liepen deklandingen verkeerd af
waardoor het vliegdek niet kon worden gebruikt.

Dat is niet alleen pech, meende de defensieanalist Pavel Felgenhauer in de
Moscow Times dat jaar. De piloten trainden gewoon nooit. Het ongeluk in 2003
was de eerste deklanding in zeven jaar op de Koeznetsov. Dat is niet alleen
slecht voor het moreel van de piloten, maar laat volgens Kisljakov ook zien
dat het onmogelijk is om in twintig jaar zes vliegdekschepen met honderden
gevechtsvliegtuigen in de vaart te hebben. "In 2004 hadden we welgeteld
twaalf piloten die in staat waren van vliegdekschepen op te stijgen en te
landen." En van de marinejagers zelf zijn er maar twee dozijn gebouwd.
Bovendien, zo gaat Kisljakov verder, kan Rusland helemaal geen
vliegdekschepen bouwen aangezien de enige sovjetwerf die daartoe wel in
staat was, die van Nikolajev is - en dat ligt in Oekraïne. Vergelijk deze
plannen nu eens, zegt hij, met de Amerikaanse praktijk. "Die bouwden van
1981 tot 2003 zes vliegdekschepen. De laatste, de Ronald Reagan, werd in
hoog tempo gebouwd, maar kon pas in 2006 in dienst worden genomen." Met
andere woorden, "het Pentagon deed in 25 jaar, wat wij in twintig zeggen te
zullen doen."

Het was de Amerikaanse president Theodore Roosevelt die zei dat je bij het
bedrijven van diplomatie "zachtjes moet spreken, maar een zware knuppel bij
de hand moet hebben." Poetin, die in mei zijn ambt overdraagt aan Dimitri
Medvedev overdraagt en dan zelf premier wordt, lijkt de afgelopen tijd het
omgekeerde te hebben uitgedragen.



[ Auf dieses Posting antworten ]