Bijzondere bijstand. Onredelijk beleid. Compensatie inkomensachteruitgang voormalig alleenstaande ouder.
Von: Vereniging PEL kantoor (pel@verpel.demon.nl) [Profil]
Datum: 02.11.2009 18:58
Message-ID: <4aef1db0$0$83233$e4fe514c@news.xs4all.nl>
Newsgroup: nl.uitkeringen
Datum: 02.11.2009 18:58
Message-ID: <4aef1db0$0$83233$e4fe514c@news.xs4all.nl>
Newsgroup: nl.uitkeringen
LJN: BH7611, Rechtbank Leeuwarden , AWB 08/1067
Print uitspraak
Datum uitspraak:
19-03-2009
Datum publicatie:
24-03-2009
Rechtsgebied:
Bijstandszaken
Soort procedure:
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie:
Bijzondere bijstand. Onredelijk beleid. Compensatie
inkomensachteruitgang voormalig alleenstaande ouder.
Uitspraak
RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
procedurenummer: AWB 08/1067
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2009 als bedoeld in
afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
in het geding tussen
[naam],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: W.T. van der Leij,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen,
verweerder,
gemachtigde: E.J. Olthof, werkzaam bij verweerders gemeente.
Procesverloop
Bij brief van 15 april 2007, verzonden 21 april 2007, heeft verweerder
(hierna: het college) eiseres mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar
betreffende de toepassing van de Wet Werk en Bijstand (WWB).
Tegen dit besluit heeft eiseres beroep aangetekend.
De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 16
januari 2009. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en H.
Douma. Het college is bij bovengenoemde gemachtigde verschenen.
Motivering
Feiten
1.1 Eiseres ontvangt een uitkering ingevolge de WWB naar de norm van
alleenstaande ouder.
1.2 Bij besluit van 16 augustus 2007 heeft het college de norm van de
uitkering van eiseres gewijzigd omdat haar dochter op 24 augustus 2007 18
jaar is geworden. Met ingang van de laatstgenoemde datum geldt voor eiseres
de norm alleenstaande. Het bijbehorende uitkeringsbedrag bedraagt ? 623,10
per maand. De toeslag blijft ongewijzigd ? 294,24 per maand. Verder wordt de
voorlopige teruggave alleenstaande ouder van ? 119,75 per maand van de
Belastingdienst vanaf 24 augustus 2007 in mindering gebracht op de
uitkering. Als gevolg van de wijziging van de bijstandsnorm wordt de
aflossing van de lening van de GKB met ingang van genoemde datum vastgesteld
op ? 89,45 per maand.
1.3 Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.
1.4 Bij het thans bestreden besluit heeft het college het bezwaar van
eiseres ongegrond verklaard. Het college heeft daartoe verwezen naar de
eerdere besluitvorming en het advies van de commissie bezwaarschriften.
Geschil
2.1 Eiseres heeft naar voren gebracht dat de wijziging van de
bijstandsnorm een inkomensachteruitgang van ? 271,18 per maand tot gevolg
heeft. Eiseres heeft verder gesteld dat in haar geval sprake is van
bijzondere omstandigheden. Zij woont sinds november 2002 in Nederland en zij
heeft op dat moment leningen moeten afsluiten ten behoeve van het inrichten
van haar woning en de afkoop van het AOW-tekort. Tot op heden lost zij
maandelijks af op deze leningen. Haar dochter woont sinds 15 januari 2004 in
Nederland. Zij zit in de vierde klas HAVO en kan naast haar school geen
arbeid verrichten. Eiseres heeft het college verzocht de voorlopige
belastingteruggave niet in mindering te brengen op haar uitkering. Zij is
van mening dat zij geheel of gedeeltelijk gecompenseerd dient te worden voor
haar inkomensachteruitgang.
2.2 Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de WWB
volgt dat personen vanaf 18 jaar geacht worden zelf in hun onderhoud te
voorzien. De ouder ontvangt daarom vanaf het moment dat het jongste kind 18
jaar is geworden een bijstandsuitkering gebaseerd op de norm voor een
alleenstaande en eventueel een gemeentelijke toeslag. Conform het
gemeentelijk beleid ontvangt eiseres een toeslag van 20%. Het college heeft
voorts als beleid dat er geen bijzondere bijstand wordt verleend ter
compensatie van de inkomensachteruitgang. Daartoe heeft het college
toegelicht dat in de bijstandsnorm (norm + toeslag - verlaging) reeds
rekening is gehouden met het feit dat het kind met een laag inkomen niet
(optimaal) bij kan dragen aan de algemeen noodzakelijke kosten van het
bestaan.
Beoordeling van het geschil
3.1 Ingevolge artikel 4, onderdeel b, van de WWB wordt onder
alleenstaande ouder verstaan de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor
één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding
voert met een ander. Onderdeel d van dit artikel bepaalt dat onder ten laste
komend kind moet worden verstaan het kind jonger dan 18 jaar voor wie de
alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken. Op
grond van artikel 35, eerste lid, van de WWB heeft de alleenstaande of het
gezin, onverminderd het bepaalde in paragraaf 2.2, recht op bijzondere
bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de
middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende
noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het
college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de
langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer
bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid en artikel 34,
tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de
duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking
worden genomen.
3.2 De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de
alleenstaande ouder moet worden aangemerkt als alleenstaande, zodra het
jongste ten laste komende kind de leeftijd van 18 jaar bereikt. Tussen
partijen is niet in geschil dat het jongste kind van eiseres op 24 augustus
2007 18 jaar is geworden. De rechtbank kan derhalve niet anders concluderen
dan dat het college, gelet op de bepalingen in de WWB, gehouden was de
uitkeringsnorm van eiseres te wijzigen naar de norm voor een alleenstaande.
De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of het college in
redelijkheid heeft kunnen besluiten eiseres niet te compenseren voor de
inkomensachteruitgang die het gevolg is van deze wijziging.
3.3 Op basis van de gedingstukken, met name paragraaf 7.15 van het
Handboek WWB, en het verhandelde ter zitting is voor de rechtbank vast komen
te staan dat het college met betrekking tot inkomensachteruitgang in
gevallen als het onderhavige geen compensatie verstrekt in de vorm van
bijzondere bijstand. Nadrukkelijk wordt in het Handboek gesteld dat het
college geen bijzondere bijstand verstrekt ter (gedeeltelijke) compensatie
van de inkomensachteruitgang van het gezin van de voormalig alleenstaande
ouder. De bijstandsnorm wordt door het college toereikend geacht voor de
voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten.
3.4 De vraag of dit beleid redelijk is, beantwoordt de rechtbank
ontkennend. De rechtbank overweegt daartoe dat het beleid van verweerder,
waar het gaat om het niet verstrekken van compensatie van de
inkomensachteruitgang van het gezin van de voormalig alleenstaande ouder, in
strijd is met het uitgangspunt van de WWB.
In artikel 18 WWB is bepaald dat het college de bijstand en de daaraan
verbonden verplichtingen afstemt op de omstandigheden, mogelijkheden en
middelen van de belanghebbende. In de parlementaire geschiedenis wordt met
betrekking tot dit artikel het volgende toegelicht: "Het
individualiseringsbeginsel staat centraal in deze wet. Dit beginsel stoelt
op verschillende uitgangspunten, die op verschillende plaatsen in de wet tot
uitdrukking komen." (TK 2002-2003, 28870, nr. 3, p. 47). Vervolgens wordt in
de Memorie van Toelichting bij artikel 35 het volgende toegelicht: "Degene
die als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden wordt
geconfronteerd met noodzakelijke bestaanskosten waarin de algemene bijstand
niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan, heeft recht op
bijzondere bijstand. Welke kosten daarvoor in aanmerking komen hangt af van
de omstandigheden in het individuele geval en kan dan ook slechts van geval
tot geval worden beoordeeld." (TK 2002-2003, 28870, nr. 3, p. 64). Gelet op
deze uitgangspunten van de WWB kan niet anders geconcludeerd worden dan dat
een beleid waarbij een categorie personen, in deze de voormalig
alleenstaande ouder, wordt uitgesloten van bijzondere bijstand in strijd is
met de grondslag en systematiek van de wet. Het college dient gelet op het
voorgaande in deze gevallen een individuele afweging te maken waarbij de
omstandigheden van het geval beoordeeld dienen te worden. De rechtbank merkt
ten aanzien van de hier aan de orde zijnde categorie personen op dat de
verzamelbrief van de staatssecretaris van 26 april 2007 als aanwijzing moet
worden gezien dat compensatie van de inkomensachteruitgang in bepaalde
gevallen voorstelbaar is.
3.5 De rechtbank komt tot de conclusie dat het beleid van het
college voor zover dat ziet op het niet verstrekken van bijzondere bijstand
ter compensatie van de inkomensachteruitgang bij de overgang van
alleenstaande ouder naar alleenstaande niet redelijk is. Het beroep van
eiseres zal dan ook gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal
worden vernietigd, wegens strijd met de WWB.
Proceskosten
Met toepassing van art. 8:75 van de Awb veroordeelt de rechtbank
verweerder in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit
proceskosten bestuursrecht bedragen de proceskosten van eiseres ? 322,00 ter
zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (verschijnen
ter zitting 1 punt; gewicht van de zaak: gemiddeld; waarde per punt ?
322,00). De rechtbank wijst de gemeente Heerenveen aan als de rechtspersoon
die deze kosten moet vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit op bezwaar neemt, met
inachtneming van het in deze uitspraak overwogene;
- bepaalt dat de gemeente Heerenveen het griffierecht van ? 39,00 aan
eiseres vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van ? 322,00
aan eiseres te vergoeden.
Aldus gegeven door mr. G.C. Koelman, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. E. Nolles als griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op
19 maart 2009.
w.g. E. Nolles
w.g. G.C. Koelman
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep
open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks
behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.
Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de
dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een
afschrift van deze uitspraak te zenden aan:
de Centrale Raad van Beroep
Postbus 16002
3500 DA Utrecht
In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist
vindt.
begin 666 clip_image002.gif
M1TE&.#EA`0`&`'<`,2'^&E-O9G1W87)E.B!-:6-R;W-O9G0@3V9F:6-E`"'Y
<! $`````+ `````!``$`@ ````$"`P("1 $`.P``
`
end
begin 666 clip_image003.gif
M1TE&.#EA`0`!`( ``/___P```"'_"TU33T9&24-%.2XP#P````-S0DE4`0$!
M?"YW@@`A_PM-4T]&1DE#13DN,!@````,;7-/4$U33T9&24-%.2XP`O&9M)8`
M(?\+35-/1D9)0T4Y+C 8````#&-M4%!*0VUP,#<Q,@````=/;;>E`"'Y! $`
3````+ `````!``$```("1 $`.P``
`
end
begin 666 clip_image005.gif
M1TE&.#¬P(!`'<``"'^&E-O9G1W87)E.B!-:6-R;W-O9G0@3V9F:6-E`"P`
I````CP(!`("=L+<!`@,"%X2/J<OM#Z.<M-J+L]Z\^P^&XDB6YMD5`#L`
`
end
begin 666 clip_image006.gif
M1TE&.#EA`0`0`'<`,2'^&E-O9G1W87)E.B!-:6-R;W-O9G0@3V9F:6-E`"'Y
<! $`````+ `````!``$`@ ````$"`P("1 $`.P``
`
end
[ Auf dieses Posting antworten ]
